
Een dragende merrie goed voeren is veel meer dan “een schepje extra in de voerbak”. Wat je merrie tijdens de dracht eet, bepaalt in hoge mate hoe fit zij de bevalling ingaat én welke start haar veulen krijgt. Juist omdat er in die elf maanden zoveel in haar lichaam gebeurt, is het fijn als je precies weet waar je op kunt letten en hoe je haar zo goed mogelijk ondersteunt met voeding.
In deze blog nemen we je mee van het positieve scanmoment tot aan de bevalling. We leggen uit wat er in de verschillende fases van de dracht verandert, welke voedingsstoffen dan belangrijk zijn en hoe je dat in de praktijk vertaalt naar het rantsoen in de voerbak.
Een merriedracht duurt gemiddeld elf maanden. In die tijd verandert haar lichaam continu, maar niet alles gebeurt tegelijk. Het helpt om de dracht grofweg in drie fases te bekijken.
In de eerste drie maanden is het embryo nog klein. Aan de buitenkant zie je vaak weinig en ook qua energiebehoefte verschilt de merrie nog niet zoveel van een niet-drachtig paard. Dit is de fase waarin je vooral de basis goed wilt hebben:
Extreem bijvoeren is hier niet nodig; een gebalanceerd rantsoen wél.
Tussen maand vier en zeven komt er meer vaart in de groei van het veulen. Het skelet en de organen ontwikkelen zich verder en de behoefte aan eiwit en bepaalde mineralen begint langzaam toe te nemen. De merrie hoeft nog geen grote hoeveelheden extra voer, maar:
Dit is hét moment om te controleren: klopt mijn ruwvoer, krijgt ze genoeg eiwit, en zijn vitaminen en mineralen goed afgedekt?
In de laatste drie maanden gaat het snel. Ongeveer 60 tot 70 procent van de totale veulengroei vindt nu plaats. De energie‑ en eiwitbehoefte van de merrie stijgen flink, net als de vraag naar calcium, fosfor, magnesium en spoorelementen zoals koper, zink en selenium.
Tegelijkertijd neemt de ruimte in de buik af, waardoor de merrie minder volume kan opnemen. Elke hap moet nu optimaal benut worden:
In deze fase maak je echt het verschil richting een vlotte bevalling en een vitaal veulen.
Welke fase je ook bekijkt: ruwvoer is en blijft de basis. Voor het paard in het algemeen, maar zeker voor een dragende merrie.
Paarden zijn van nature gemaakt om veel uren per dag kleine beetjes vezelrijk voer te eten. Die vezels:
Te weinig ruwvoer vergroot de kans op maagzweren, koliek en stereotiep gedrag – problemen die je bij een drachtige merrie echt wilt voorkomen.
Als richtlijn kun je uitgaan van ongeveer 1,5 tot 2 kg ruwvoer (droge stof) per 100 kg lichaamsgewicht, aangepast op haar conditie en de kwaliteit van het ruwvoer. Is je hooi erg arm of stoffig, dan is dat het eerste punt om aan te pakken.
Wij werken graag met gemixt ruwvoer: een mengsel van verschillende ruwvoercomponenten, gecombineerd met een optimale hoeveelheid olie. Dat sluit mooi aan bij de natuurlijke behoefte van het paard:
Zeker in de laatste maanden van de dracht, als de ruimte in de buik beperkt wordt, is zo’n compacte, voedzame ruwvoerbasis goud waard. Je hoeft je merrie dan niet vol te stoppen met zetmeelrijke brok om toch aan haar energie‑ en voedingsbehoefte te voldoen.
Vanaf de midden dracht loopt de energiebehoefte van de merrie langzaam op, met een duidelijke piek in de laatste maanden. Toch is “meer, meer, meer” niet automatisch beter.
Een merrie die te mager de bevalling ingaat, raakt sneller uitgeput. Maar een merrie die te zwaar is, draagt weer meer risico’s op gewrichtsbelasting en complicaties rondom de bevalling. Het draait dus om een gezonde middenweg: fit, maar niet vet.
Bij het verhogen van de energie‑inname gaat de voorkeur uit naar goed ruwvoer van constante kwaliteit met extra energie uit vet/olie en structuurrijke, graanarme krachtvoeders in plaats van grote porties zetmeelrijke brok.
Het veulen bouwt zijn spieren, organen en bindweefsel op uit aminozuren. In de midden en vooral late dracht stijgt de eiwitbehoefte duidelijk. Het gaat daarbij niet alleen om “veel eiwit”, maar vooral om goed verteerbare eiwitbronnen, grondstoffen die echt passen bij het paard en een rantsoen zonder onnodige vulmiddelen.
Hier komt een product als Next Impact Oerbrok mooi in beeld. Deze koudgeperste oerbrok is ontwikkeld vanuit het uitgangspunt “niet vullen, maar voeden”:
Next Impact is daardoor een praktische manier om extra energie én kwalitatief eiwit toe te voegen, zonder je merrie te overladen met zetmeel. Zeker in de midden en late dracht kan dat het verschil maken tussen “net genoeg” en optimaal ondersteunen.
Mineralen en spoorelementen bepalen in grote mate de kwaliteit van botten, gewrichten, spieren en het immuunsysteem van het veulen.
Belangrijke elementen:
In veel ruwvoeders is het gehalte aan bepaalde mineralen wisselend of aan de lage kant. Daarom is een vitamine‑ en mineralenbalancer voor dragende merries geen luxe, maar onmisbaar. Hiermee vul je gerichte tekorten aan zonder meteen grote hoeveelheden krachtvoer te geven.
Iedere merrie is anders, maar je kunt de theorie vrij eenvoudig vertalen naar de voerwagen. Let daarbij steeds op:
In de vroege dracht zorg je vooral dat de basis klopt:
De conditie houd je stabiel: niet ineens vermageren, maar ook niet bewust vetmesten.
Merk je tussen maand vier en zeven dat je merrie langzaam begint in te vallen, dan is dit hét moment om bij te sturen. Je kunt dan denken aan:
Voor merries die juist snel zwaar worden, kun je Next Impact meer inzetten als compacte voedingsversterker in kleinere porties, gecombineerd met veel structuurrijk ruwvoer en voldoende beweging.
In de late dracht versterk je dezelfde principes:
Grote veranderingen in voer stel je nu juist níet meer door; wat je aanpast, doe je altijd geleidelijk.
Richting het einde van de dracht wil je dat de merrie niet alleen voldoende reserves heeft, maar ook fysiek en mentaal in balans is.
Een stabiele darmflora:
Ruwvoer van constante, goede kwaliteit – bij voorkeur zongedroogd en vrij van schimmels – speelt hierin een hoofdrol. Wissel niet vlak voor de bevalling ineens van type ruwvoer of krachtvoer; veranderingen voer je altijd geleidelijk in.
Tijdens de bevalling moeten de baarmoederspieren efficiënt kunnen werken en de merrie moet tussen de weeën door kunnen ontspannen. De mineralenbalans speelt daarbij mee:
Met een goed doordacht rantsoen en een passende balancer werk je hier in de maanden voor de geboorte al naartoe.
Zeker in de laatste fase van de dracht is onbeperkt vers drinkwater essentieel. Bij warm weer of wanneer je merrie nog wat lichte beweging krijgt, kan een liksteen of extra elektrolyten helpen om de vocht‑ en zoutbalans op orde te houden.
Ondanks goede zorgen kan het gebeuren dat je merrie te mager of juist te rond wordt, of dat haar vacht, hoeven of energiepeil je niet bevallen. Dat zijn signalen om serieus te nemen.
Let onder andere op:
Zie je één of meer van deze signalen, dan is het verstandig om het complete rantsoen onder de loep te nemen: ruwvoer, krachtvoer, balancers én eventuele snoepjes. Een ruwvoeranalyse en advies van een voedingsspecialist kunnen dan veel duidelijk maken.
Hoe Florian je kan ondersteunen
Onze missie is simpel: paarden laten floreren. Voor dragende merries betekent dat een rantsoen dat hun natuurlijke behoefte volgt, met gemixt ruwvoer als fundament en krachtvoeders en balancers die zijn samengesteld vanuit het paard, niet vanuit vulmiddelen.
We werken daarom met:
Wil je weten of het voer van jouw merrie past bij de fase van haar dracht? Stuur ons gerust een overzicht met wat ze nu krijgt, inclusief een paar foto’s van haar conditie. We denken graag met je mee over een praktisch, haalbaar plan waarmee jouw merrie voorbereid en in balans richting de bevalling en kraamtijd gaat.
Van voeding tot veulen: met de juiste basis geef je haar alles wat ze nodig heeft voor die laatste sprong naar het moederschap.
Korting succesvol toegepast!
Je spaargeld is toegevoegd aan je winkelwagen.