
Je herkent het vast: je paard doet op papier alles goed, maar tóch is er iets. De mest is de ene week prima en de volgende week net te nat. De vacht glanst minder dan je gewend bent. Of je merkt dat hij sneller reageert op prikkels: een klein beetje stress en het lijkt alsof zijn hele systeem mee gaat doen. Soms is het jeuk, soms luchtweggevoeligheid, soms gewoon dat gevoel van net niet fit.
Het moeilijke aan dit soort klachten is dat ze zelden één duidelijke oorzaak hebben. Maar er is wél een plek waar veel van die puzzelstukjes samenkomen: de darmen.
We zeggen niet voor niets: gezondheid begint van binnenuit. Niet omdat de darm alles oplost, maar omdat het daar begint. In deze blog nemen we je mee in de relatie tussen een gezonde vertering en het immuunsysteem.
Het immuunsysteem van je paard heeft één grote taak: onderscheid maken tussen wat veilig is en wat niet. En als je daar even over nadenkt, is het eigenlijk heel logisch dat de darmen daarin een hoofdrol spelen. Een groot deel van de immuun activiteit gebeurt rond de darm, simpelweg omdat de darm de hele dag door in contact staat met de buitenwereld. Alles wat je paard binnenkrijgt, zoals voer, water, maar ook bacteriën, schimmels en stofdeeltjes, komt langs het maagdarmkanaal.
De darm is dus niet alleen een verteringsbuis. Het is ook een soort grenspost. Een plek waar het lichaam continu moet beslissen: laten we dit door? Of moeten we reageren? Als die grenspost goed werkt, kan je paard voedingsstoffen opnemen zonder dat het immuunsysteem onnodig in de verdediging schiet. Sterker nog, een gezonde darmflora traint het immuunsysteem om gezonde voedingsstoffen van ziekteverwekkers te onderscheiden. Als het daar rommelt, wordt het immuunsysteem minder goed getraind en krijgt het meer prikkels te verwerken. Dat kan je uiteindelijk terugzien in allerlei signalen: soms heel duidelijk in de mest, soms juist op plekken waar je het niet direct verwacht.
Paarden zijn gemaakt om bijna continu kleine beetjes vezelrijk voer te verwerken. Niet voor twee grote maaltijden per dag, niet voor grote pieken en dalen, maar voor een stabiele stroom. En die stroom bestaat van nature vooral uit ruwe celstof: vezels.
Puur op basis van de fysiologie van je paard begint alles bij ruwvoer. Een paard haalt een groot deel van zijn energie uit de fermentatie van vezels in de blinde en dikke darm. Daar wonen miljarden micro-organismen die helpen om die vezels te verteren. Dat ecosysteem noemen we de darmflora, of het microbioom.
En dat microbioom is gevoelig voor verandering. Als je bijvoorbeeld van ruwvoerpartij wisselt, als je weidegang ineens flink toeneemt, als je paard spanning ervaart of als je in korte tijd meerdere dingen tegelijk aanpast, dan moet die flora mee schakelen. Lukt dat soepel, dan merk je daar weinig van. Maar als de verandering te groot is of te snel gaat, kan het systeem onrustig worden. En onrust in de darm zie je zelden alleen terug in de mest.
Om de link met weerstand echt te snappen, helpt het om twee onderdelen uit elkaar te trekken: de darmflora en de darmwand.
De darmflora kun je zien als de bewoners van een stad. Als de juiste bewoners in balans zijn en genoeg goed voedsel krijgen (vezels, structuur, regelmaat), dan houden ze de boel netjes. Ze helpen bij de vertering, maar ze doen meer: ze produceren stoffen die de darmwand ondersteunen en ze beïnvloeden hoe het immuunsysteem zich gedraagt.
De darmwand zelf is de stadsmuur. Die bestaat niet uit één laag, maar uit een slim geheel van cellen en beschermende slijmlagen. In en rondom die darmwand zitten ook veel immuuncellen. Die zijn er niet om constant problemen te maken, maar om te bewaken wat er gebeurt. Je kunt het vergelijken met beveiliging die de hele dag meekijkt: “Is dit normaal verkeer, of is dit iets waar we op moeten reageren?”
Als de darmflora uit balans raakt, of als de darmwand geïrriteerd is, kan dat leiden tot een situatie waarin het immuunsysteem vaker “aan” staat. Niet omdat het immuunsysteem slecht is, maar omdat het meer signalen moet verwerken. En dat kan bijdragen aan een paard dat gevoeliger wordt voor overreacties, of een paard dat simpelweg minder goed in balans blijft.
Veel mensen merken darmproblemen pas op als de mest verandert. En eerlijk: dat is ook het meest zichtbare signaal. Maar het is niet het enige.
Sommige paarden laten onrust in de vertering zien als een doffe vacht of als lastig verharen. Bij andere paarden is het de huid: een paard dat sneller last heeft van jeuk of waarvan je het gevoel hebt dat hij gevoeliger reageert. En weer anderen laten het zien in hun energie: geen uitgesproken kreupelheid, geen duidelijke ziekte, maar gewoon… minder fris. Minder herstel, sneller geïrriteerd, sneller op.
Het is belangrijk om hier nuchter in te blijven. Niet elke jeuk komt uit de darm. Niet elke dip in energie is een voerprobleem. Maar als je meerdere signalen tegelijk ziet, en zeker als ze terugkomen rond voerwissels, stress of seizoen overgangen, dan is het heel logisch om het fundament van je paard eens opnieuw te bekijken.
In de praktijk zien we dat veel paarden rond overgangsperiodes gevoeliger zijn. Dat komt omdat er dan vaak meerdere dingen tegelijk veranderen.
Misschien komt er een nieuwe partij hooi. Misschien gaat je paard ineens meer naar buiten en eet hij meer gras. Misschien verandert de training. Of juist de routine: meer binnen, minder beweging, andere tijden. En zelfs iets simpels als drinkgedrag kan mee schommelen met temperatuur en management.
Voor de darmen is dat best veel. En voor het immuunsysteem dus ook. Daarom is rust creëren in die periodes vaak waardevoller dan nóg een extra prikkel toevoegen.
Het fijne is: je hoeft het niet ingewikkeld te maken. De meeste winst zit namelijk in drie dingen: een sterke vezelbasis, voorspelbaarheid en slimme aanpassingen in plaats van grote sprongen.
Als er één plek is waar je de meeste invloed hebt, dan is het ruwvoer. Voldoende en gevarieerd ruwvoer, passend bij je paard, verdeeld over de dag en zo stabiel mogelijk qua partij en kwaliteit: dat is de basis waar de darmflora op kan bouwen.
Wanneer paarden gevoelig zijn, zie je vaak dat ze het beste gaan op een ruwvoerstrategie die rust geeft. Niet te veel wisselingen, niet te veel pieken, wel structuur. En dat is precies waarom wij zo sterk geloven in ruwvoermixen als fundament: je kunt daarmee gericht voeren op vezels en balans, zonder dat je afhankelijk wordt van veel krachtvoer of snelle energiebronnen.
De darmflora schakelt mee met wat je voert. Dat kost tijd. Een voerwissel is dus niet alleen een nieuw product introduceren, het is een verandering van het interne ecosysteem. Hoe sneller je wisselt, hoe groter de kans dat het systeem protesteert.
Dus als je iets wilt aanpassen, doe het dan rustig. Gemiddeld heeft het microbioom van een paard 6 tot 8 weken nodig om te wennen aan een nieuw voer of rantsoen. En als je paard gevoelig is: verander liever één ding tegelijk. Dan kun je ook echt zien wat effect heeft.
Vertering is niet alleen voeding. Stress verandert eetgedrag, spanning beïnvloedt het hele lijf en routine is voor veel paarden belangrijker dan we denken. Ook water is zo’n basisfactor die makkelijk vergeten wordt, zeker in koudere periodes waarin paarden soms minder drinken. En minder drinken kan de vertering minder soepel maken.
Omdat je nu de achtergrond snapt, wordt de productkeuze ook logischer. Het gaat niet om de vraag “Wat is het beste product?”, maar om: wat past bij mijn paard en wat is mijn doel met mijn paard?
Als jij vooral op zoek bent naar rust en een rantsoen dat vriendelijk is voor paarden die snel reageren met wisselende mest of algemene gevoeligheid, dan is Fibre Grass vaak een hele logische basis: laag in suikers & geen vulstoffen. Het helpt om de vezelbasis sterk en stabiel te houden, en dát is precies waar veel gevoelige paarden op floreren.
Soms heeft een paard meer bouwstoffen nodig. Denk aan paarden die (weer) bespiering moeten opbouwen, paarden die intensiever trainen, of paarden die in herstel zitten. Dan kan een ruwvoermix zoals Basic Growth of Fibre Protein goed aansluiten, omdat je daarmee gericht kunt ondersteunen in behoefte, zonder het fundament van vezels en structuur los te laten. Waarbij de Basic Growth het beste past bij jonge, oude of sportpaarden met een normale eiwitbehoefte. Komt je paard (veel) spier te kort of heeft ie een hogere eiwitbehoefte door groei, sport of leeftijd? Dan is de Fibre Protein beter geschikt.
En dan is er de Support Mix Care Fit: bedoeld als ondersteuning, niet als pleister op een wiebelige basis. Het past juist goed in periodes waarin je paard net wat extra steun kan gebruiken bijvoorbeeld rond seizoen wissels, bij stressmomenten of wanneer je de algehele balans een handje wilt helpen terwijl je ondertussen met ruwvoer en routine de kern stevig houdt. De Care Fit bevat enkel functionele ingrediënten voor je paard: niet vullen maar voeden!
Voeding kan veel betekenen, maar niet alles is voer. Neem altijd contact op met je dierenarts bij duidelijke alarmsignalen, zoals:
Twijfel je? Kies altijd voor veiligheid. En zodra medisch duidelijk is wat er speelt, is het juist slim om daarnaast ook het rantsoen te optimaliseren, zodat je paard zo veel mogelijk rust en herstelruimte krijgt van binnenuit.
Als je één gedachte uit deze blog meeneemt, laat het dan deze zijn: vertering en immuunsysteem zijn geen losse eilandjes. De darmen zijn een plek waar voeding, micro-organismen, darmwand en afweer elkaar dagelijks ontmoeten. Als dat samenspel rustig en stabiel is, heeft je paard vaak meer ruimte om in balans te blijven, ook als er prikkels bijkomen, zoals seizoen wissels, training of stress.
En het mooie is: je hoeft niet te gokken. Je kunt het plan maken op basis van jouw paard, jouw situatie en jouw doelen.
Wil je weten of het rantsoen van jouw paard past bij zijn vertering, gevoeligheid en weerstand?
Doe de Florian VoerCheck en vraag een adviseur. Dan kijken we samen naar je ruwvoer, je voerschema en welke ruwvoermix en ondersteuning het beste past bij jouw paard.
Korting succesvol toegepast!
Je spaargeld is toegevoegd aan je winkelwagen.