
De zon laat zich weer vaker zien, het gras begint te groeien en veel paarden staan te popelen om de wei in te gaan. Begrijpelijk, want weidegang past bij het natuurlijke gedrag van je paard. Van oorsprong zijn paarden grazers die veel uren per dag eten en bewegen. Tegelijk vraagt de overgang van hooi of beperkt gras naar volop vers gras om beleid. Zeker in het voorjaar kan gras rijk zijn aan fructanen, en juist dan is rustig opbouwen belangrijk.
Wil je je paard weer veilig op het gras zetten? Bouw de weidegang dan geleidelijk op, zorg voor een goede ruwvoerbasis en houd rekening met de weersomstandigheden en het type paard. Het verteringstelsel heeft tijd nodig om aan vers gras te wennen en die aanpassing duurt niet maar een paar dagen, maar vaak meerdere weken.
Een weiland vol fris, groen gras ziet er gezond uit. En dat is het in veel opzichten ook. Maar veel gras is niet automatisch hetzelfde als veilig gras of een compleet rantsoen.
In het vroege voorjaar en in het late najaar kan gras relatief rijk zijn aan fructanen, vooral na koude nachten en bij sterke groei. Dat vraagt aandacht, omdat hoge fructaangehaltes belastend kunnen zijn voor je paard. Een te snelle overgang naar rijk gras kan de darmflora onder druk kan zetten en bij gevoelige paarden het risico op problemen vergroten.
Een paard verteert anders dan wij. Het is gebouwd op kleine porties vezelrijk voer, verspreid over de dag. Ruwvoer vormt dan ook de basis van een gezond rantsoen. Als je paard ineens veel vers gras krijgt, moet het verteringstelsel schakelen. Het verteringstelsel heeft zeker 6 tot 8 weken nodig om aan nieuw voedsel te wennen en dat geldt dus ook wanneer paarden weer op het gras komen.
Dat betekent niet dat je 8 weken moet wachten voordat je paard fatsoenlijk buiten kan staan. Het betekent wél dat je niet moet denken: “Hij heeft drie dagen een half uurtje gegraasd, dus nu kan hij wel meteen een halve dag.”
Niet elk gras is hetzelfde en niet elk moment van de dag is hetzelfde. Dat maakt weidegang soms lastiger dan het lijkt.
Juist in het vroege voorjaar en het late najaar is extra voorzichtigheid verstandig, omdat gras dan vaak rijker is aan fructanen. Fructanen zijn een vorm van suiker die niet goed worden verteerd en opgenomen in de dunne darm en die in de dikke darm voor problemen kunnen zorgen. Koude nachten, veel zon en sterke groei zorgen voor omstandigheden waarin je paard ongemerkt grote hoeveelheden fructanen binnen kan krijgen.
Het is daarom verstandig om paarden te laten grazen op tijdstippen waarop het fructaangehalte lager is, bijvoorbeeld vanaf het einde van de ochtend. Dat betekent niet dat je blind op een klok moet varen, maar wel dat timing onderdeel is van slim weidemanagement.
Niet alleen seizoen en temperatuur spelen mee. Ook de conditie van de weide telt. Gras dat onder druk staat, bijvoorbeeld door intensieve begrazing & te weinig of verkeerd bemesten, droogte of een mindere bodemgesteldheid, kan anders reageren. Goed weidemanagement begint dus niet pas bij het paard, maar al bij de wei.
In principe heeft elk paard baat bij een rustige overgang naar gras. Maar bij sommige paarden is extra beleid echt geen luxe.
Paarden die snel te dik worden of al te ruim in conditie staan, vragen extra aandacht. Overgewicht verhoogt het risico op gezondheidsproblemen zoals insulineresistentie en hoefbevangenheid.
Bij deze groep moet je nooit denken in “het zal wel loslopen”. Voor gevoelige paarden kan een verkeerde opbouw grote gevolgen hebben. Juist dan is consequentie belangrijk.
Paarden die weinig gewend zijn, moeten letterlijk én figuurlijk opnieuw leren omgaan met vers gras. Hun darmen hebben tijd nodig en hun stofwisseling vaak ook.
Wisselende mest, een opgeblazen buik, onrust of een paard dat “net niet lekker loopt” kunnen signalen zijn dat de overgang te snel gaat. Dan is terugschakelen slimmer dan doorduwen.
De kern is eenvoudig: begin klein, bouw rustig op en blijf observeren.
Ruwvoer blijft altijd de basis van het rantsoen. Ook als het gras groeit. Een goed gevuld verteringstelsel zorgt voor een rustige vertering en dat helpt je paard ook bij het verteren van het gras en eventuele fructanen.
Met andere woorden: stuur je paard niet met honger de wei op. Geef eerst ruwvoer, zodat het niet in één keer grote hoeveelheden gras naar binnen werkt.
Start met korte periodes, zeker als je paard lang geen gras heeft gehad. Denk in het begin aan minuten in plaats van uren. Dagelijks een korte, gecontroleerde opbouw werkt beter dan een paar dagen niets en daarna ineens lang weiden.
Verleng de weidetijd stap voor stap. Kijk daarbij niet alleen naar de planning, maar vooral naar je paard. Blijft de mest mooi? Is je paard rustig? Blijft je paard goed op gewicht? Loopt het paard ontspannen en soepel? Dan kun je rustig verder opbouwen.
Zonnige dagen na koude nachten vragen om extra beleid. Soms is het slimmer om een stapje terug te doen, dan vast te houden aan een schema.
Gras levert energie en vezels, maar niet altijd automatisch alle vitamines en mineralen die je paard nodig heeft. Paarden op gras kunnen alsnog tekorten oplopen. Een balancer kan helpen om voldoende vitaminen en mineralen binnen te krijgen.
Onderstaand schema is geen keiharde regel, maar een veilige denkrichting voor gezonde paarden zonder bekende risicofactoren:
Bij sobere paarden, paarden met overgewicht of paarden met een verleden van hoefbevangenheid is een nog rustigere opbouw verstandig. Twijfel je? Dan is individueel advies altijd beter dan gokken.
Juist de meest logische keuzes blijken in de praktijk vaak de valkuilen:
Weidegang is een onderdeel van het rantsoen, maar geen compleet rantsoen.
Dat past ook bij de visie van Florian: het paard is gemaakt op vezels, structuur en rust in het rantsoen. Een goede ruwvoerbasis ondersteunt het kauwen, de speekselaanmaak en de spijsvertering.
In de praktijk lijkt een groen weiland al snel genoeg. Toch blijkt juist bij weidepaarden vaak dat aanvullende vitamines en mineralen zinvol blijven.
Wil je de overgang naar gras zo rustig mogelijk laten verlopen, dan is het logisch om te denken vanuit drie bouwstenen:
Binnen het Florian-assortiment past daar vooral de gedachte achter een structuurrijke ruwvoerbasis en een geconcentreerde vitamine- en mineralenaanvulling goed bij. Niet omdat elk paard meer nodig heeft, maar omdat gras niet automatisch gelijkstaat aan compleet voeren.
Een paard dat goed op gras blijft, heeft meestal geen spectaculair schema nodig maar wel consequent management. Geef de darmen de tijd, houd ruwvoer als basis en kijk altijd naar het totaalplaatje: seizoen, type paard, conditie, mest en gedrag. Dat is niet ingewikkeld, maar wel belangrijk.
Wil je je paard weer op het gras zetten zonder gedoe? Houd dan deze basis aan:
Zo maak je van weidegang geen risico, maar een waardevol onderdeel van een gezond paardenleven.
Dat verschilt per paard, maar de overgang naar vers gras vraagt altijd tijd. Wij nemen als gemiddelde dat het verteringstelsel 6 tot 8 weken nodig kan hebben om aan nieuw voedsel te wennen en dat geldt dus ook voor gras.
Ja, dat is meestal een verstandige keuze. Een goed gevuld verteringstelsel helpt om rustiger te verteren, waardoor je paard minder last kan hebben van fructanen in het gras.
Niet per definitie. Maar voorjaarsgras kan wel rijk zijn aan fructanen, zeker na koude nachten en bij sterke groei. Daarom is juist in die periode rustig opbouwen belangrijk.
Vooral sobere paarden, paarden met overgewicht, paarden met een gevoelige stofwisseling en paarden met een voorgeschiedenis van hoefbevangenheid vragen extra beleid.
Gras is waardevol, maar niet altijd volledig. Weidepaarden kunnen alsnog tekorten hebben aan bepaalde vitamines en mineralen. Daarom kan een balancer een logische aanvulling zijn.
Let op wisselende mest, onrust, een opgeblazen buik, snelle gewichtstoename of gevoeligheid in het lopen. Zie je verandering, schakel dan liever terug dan dat je doorgaat volgens planning.
Korting succesvol toegepast!
Je spaargeld is toegevoegd aan je winkelwagen.